speurtocht
Piet heeft de oorlog niet overleefd. De familie krijgt dit tragische bericht op 25 juli 1945 te horen. Broer Jan zet zich intensief in om de toedracht van de dood van zijn broer te achterhalen.
Toen de Amerikanen op 21 maart 1945 definitief bezit namen van Saarbrücken, troffen ze een spookstad aan. Van de oorspronkelijke 130.000 inwoners waren er nog maar zo'n 7.000 aanwezig; de rest was geëvacueerd of naar het platteland gevlucht. Tienduizenden gezinnen in de regio waren dakloos geworden. Het dorpje Roden was voor 80% verwoest, bovendien lagen er in het gebied duizenden mijnen en onontplofte munitie.
Wanneer na de oorlog eerst niets vernomen wordt van Piet gaat zijn broer Jan Krijthe op zoek, leeft hij nog en wie weet meer van hem? Welke wegen hij bewandeld heeft is niet bekend, maar er komt wel een reactie. Jan Krijthe heeft een zekere Hofman ontdekt die in hetzelfde gebied is geweest als Piet. Hij schrijft Hofman in Nieuwenhagen begin december 1945 een brief en Hofman haast zich om weer terug te schrijven. Hofman schrijft:
"Helaas moet ik u teleurstellen, ik kon Piet niet meekrijgen daar hij op het kerkhof ligt. Ik en een kameraad hebben hemel en aarde bewogen het lichaam mee te krijgen, dat is helaas niet gelukt.”
In juni 1947 wordt Jan uitgenodigd door iemand om naar de strafgevangenis in Scheveningen te komen voor een gesprek over Piet. Hij zit vast wegens clandestien slachten. Jan reist af naar Scheveningen. Deze meneer heeft Piet gekend, de informatie is niet erg constructief. Een dood spoor.
Jan Krijthe ontvangt op 13 oktober 1947 een brief van H.W. Jacobszoon, een Nederlander die beide jongens in huis heeft genomen aan de Rhedstrasse 6 in Roden. Hij vertelt dat zeven dagen voor het front dichterbij kwam, Piet en Jan de Doelder bij hem in de woning gekomen zijn. Omdat ze niet samen met de andere Hollanders geëvacueerd wilden worden besloten ze aanvankelijk in de woning op de bevrijding te wachten, maar omdat ze een klein kind hadden, is het gezin toch maar vertrokken toen ze méér onder artillerievuur kwamen te liggen. Het was 1 december 1944. Piet en Jan wilden absoluut niet met de familie mee. Toen de familie Jacobszoon na enkele maanden terugkeerde naar Roden was hun huis voor een groot gedeelte verwoest en in hun tuin bevonden zich twee graven. Afgezien van de verwoestingen waren in de bunker nog dingen zoals ze hadden achtergelaten, appels, ingemaakt fruit, alles er nog. Hij schrijft dan nog dat hij de beide jongens heeft leren kennen in Bous bij Mannesmann. Hij was blij om iets voor hen te kunnen doen.
Het fatale gebeuren moet wel op 2 december zijn, of kort daarna hebben plaatsgevonden want een of twee dagen eerder is er nog iemand in zijn woning geweest en toen was er nog niets gebeurd. Jacobszoon besloot zijn brief met het aanbod opnieuw en waar dan ook te willen helpen. Hij sluit de overlijdensakte van Piet, verstrekt door de burgerlijke stand in Saarlouis, in.
Het vroegtijdig overlijden van Pieter Krijthe heeft binnen de familie een grote impact gehad. Zelfs de tweede generatie voelt een grote betrokkenheid en medeleven bij dit grote verlies. Het is mede dankzij de inzet en het doorzettingsvermogen van broer Jan Krijthe dat we de geschiedenis van deze gebeurtenissen nu weten.
Kort na de brief van de heer Jacobszoon ontvangt Jan een brief uit Friedrichweiler van de familie Herres, de leraar waarmee Piet tijdens zijn verblijf zulke goede contacten mee had en dochter Christine met wie Piet zo goed kon opschieten. Ze zijn erg geschrokken van het bericht van Jan Krijthe over wat Piet is overkomen in Roden en ze betonen de familie hun medeleven over wat Piet is overkomen.
Zeer geachte heer,
Uw brief van 15 september, die ons op 7 oktober bereikte, loste het raadsel op waarom uw geliefde broer geen contact met ons had opgenomen; hij had immers zo stellig beloofd ons vanuit zijn thuisland te schrijven zodra de oorlog voorbij was. De lieve, goedhartige jongeman die we allemaal zo liefhadden, is hier in Saarlouis overleden. We zijn diep bedroefd door zijn verlies en betuigen ons oprechte medeleven. De dag nadat uw brief was aangekomen, ging onze dochter Christine, die Peter ook heel goed kende, naar het districtskantoor in Saarlouis om navraag te doen. Wat ze ons over zijn dood hebben geschreven, klopt: de dochter van het huis waar ze stierven, heeft beide jongens in een doek gewikkeld en in de tuin begraven. Vervolgens namen we contact op met de begraafplaatsbeheerder om te achterhalen waar Peter begraven ligt, waarbij het districtskantoor ons ondersteuning bood. De kolenhandel van Jakobszoon was gesloten op de dag dat Christine er was, dus ze kon daar niets te weten komen. Ik ben nu van plan om morgen, de 16e, weer naar Saarlouis te gaan en Jakobs zoon te vragen of Peter niet naar ons toe was gekomen; dan was er niets gebeurd. Zijn vriend Gerardus Visser, die altijd met hem meeging, kwam op de ochtend van 4 december 1944 vanuit Bous en bleef bij ons, zelfs na de Amerikaanse bezetting op de 5e december bij ons, tot midden januari 1945 toen een Amerikaanse auto hem meenam, omdat wij hier waren gebleven terwijl bijna alle inwoners waren geëvacueerd.
Kort voor de bezetting was uw geliefde broer nog bij ons en we lieten hem bij ons komen. Toen we hem ernaar vroegen, vertelde meneer Fischer ons dat alle Nederlanders tegelijk waren vertrokken, maar hij wist niet waarheen. Het geeft ons nog steeds veel voldoening dat we uw geliefde broer hebben kunnen helpen de scheiding van zijn thuisland te verwerken. En we hadden hem vaak als gast aan onze tafel, en in ruil daarvoor stelde hij zich na zijn werk bij HV nuttig voor ons beschikbaar. Er staat nog steeds een bankje bij het huis dat ze samen hebben gemaakt. Gisteren schreef meneer Fischer ons met de vraag naar Peters adres. Misschien kunt u hem een brief sturen; ze waren destijds altijd samen. Peter toonde altijd vol trots een foto van zijn geliefde familieleden en was altijd blij dat hij eind 1944 weer naar huis zou komen. Hij gaf onze dochter Christine ook een klein stukje leer; misschien was dat wel van u, zo ja, dan danken we u daar hartelijk voor. We zullen daarom ons best doen om u zo snel mogelijk meer gedetailleerde informatie te kunnen geven, en zodra alles geregeld is en u Peters graf wilt bezoeken, bent u van harte welkom. We hebben de oorlog goed doorstaan, maar het is de vraag of we de winter zullen overleven. De nood is hier erg hoog, en wordt nog verergerd door de ernstige droogte van dit jaar. Ik hoop u spoedig meer informatie te kunnen geven. Hartelijke groeten aan u en uw familie.
Uwe familie Herres, Friedrichweiler, district Saarlouis, nabij Völklingen, Saar.
.
Maak jouw eigen website met JouwWeb